Oogafwijkingen

Om een goed inzicht te krijgen hoe het met het ras gesteld is, is het wenselijk dat zoveel mogelijk honden in de populatie worden onderzocht. Honden waarmee wordt gefokt, moeten in ieder geval worden onderzocht. De uitslag van het onderzoek is een jaar geldig. Lees ook het fokreglement van de ASCB.
Voor honden waarmee niet meer wordt gefokt is er geen verplichting meer voor een oogonderzoek. Nochtans wordt aangeraden, indien mogelijk toch nog verder oogonderzoeken te laten uitvoeren. Een diagnose wordt gesteld door een dierenarts die tot een ECVO-erkend panel behoort. ECVO staat voor European College of Veterinary Ophthalmologists.
Het oogonderzoek is ongevaarlijk en beslist niet pijnlijk voor de hond. En een voordeel is, de uitslag is direct bekend.
Eerst krijgt de hond oogdruppels toegediend waardoor de pupillen wijd open gaan staan. De druppels werken ongeveer na 20 minuten, de pupillen blijven daarna circa 6-8 uur wijd openstaan. Het onderzoek gaat door in een verduisterde ruimte.
Er zijn drie mogelijke uitslagen:
Vrij
De hond vertoont geen verschijnselen van de aangegeven, als erfelijk beschouwde oogziekte. Dit betekent niet dat de hond de afwijking niet kan doorgeven aan de nakomelingen. De hond kan immers drager zijn van de erfelijke ziekte. Ook is het niet uit te sluiten dat de hond de afwijking later zelf alsnog krijgt. Dit is de voornaamste reden waarom toch wordt aangeraden de oogonderzoeken ook op latere leeftijd nog verder uit te voeren.
Niet Vrij
 De hond vertoont de klinische symptomen van de erfelijke oogziekte.
Voorlopig Niet Vrij
Er worden geringe afwijkingen gezien die passen in het klinisch beeld van de als erfelijk beschouwde oogziekte. Voortschrijden (progressie) van het proces moet dit bevestigen. Meestal wordt na een half jaar de hond opnieuw beoordeeld.

Hieronder vindt U wat meer informatie over cataract.
Cataract is elke niet-fysiologische verwitting of vertroebeling van de lensvezels en/of kapsel. Deze vertroebeling is een optisch fenomeen en is o.a. te wijten aan een verandering in ordening van de lensvezels en/of aan structurele veranderingen in het lenskapsel zelf. Een andere reden is een wijziging in cellulaire eiwitconcentratie.  
Er bestaan verschillende stadia.
Bij het optreden van de eerste tekenen van cataract, als minder dan 10-15% van het lensvolume troebel is, spreken we van een beginnend cataract.
Beginnend cataract
Bij verder voortschrijden, komt er nog meer vertroebeling. Er zijn echter nog steeds gebieden in de lens die helder zijn en waardoor we het netvlies nog kunnen inspecteren. Deze vorm wordt dan onrijp cataract genoemd. In dit stadium is de lens osmotisch erg actief. Dit gaat gepaard met veranderingen in de lens zelf: nl. binnendringen van vocht, vorming van spleten en toename in volume.
Onrijp cataract
Vanaf het ogenblik dat het netvlies niet meer kan geïnspecteerd worden, en de patiënt dus blind is aan dat oog, spreken we van een matuur of rijp cataract.
Matuur cataract
Deze vorm kan dan nog verder evolueren naar hypermatuur of overrijp cataract. Een deel van de lens, vooral de cortex, gaat vervloeien onder invloed van bepaalde enzymen. Na verloop van tijd is het zelfs uitzonderlijk mogelijk dat een deel van het netvlies opnieuw zichtbaar wordt en dat de hond een gedeelte van zijn gezichtsvermogen terug krijgt. Er is meer kans tot deze spontane terug keer van gezichtsvermogen indien het cataract verscheen op erge jonge leeftijd. 
Hypermatuur cataract.
Bij nader onderzoek ziet de dierenarts ook dat er plooien verschijnen in het voorste lenskapsel. Dit gebeurt omdat afgebroken lensproteïnen en water doorheen het intacte lenskapsel uit de lens zijn gesijpeld. Met als gevolg dat het lensvolume verkleind is en dat het lenszakje in verhouding te groot geworden is. Het verlies van lensinhoud in het oog geeft dan weer aanleiding tot ontstekingen. Soms zijn er ook oplichtende kristalvormige deeltjes zichtbaar; deze zijn afkomstig van afgebroken lensvezels en proteïnen. Als er voldoende cortex vervloeit, dan is het mogelijk dat de kern van de lens naar de bodem van het lenszakje zakt. Dit noemen we dan een Morgagnian cataract.
Morgagnian cataract
Bij de hypermature vorm wordt er door de dierenarts vastgesteld dat er soms ook nog afzettingen van wit materiaal onder het voorste lenskapsel zijn. Ook onder het achterste lenskapsel is dit mogelijk maar deze worden pas vastgesteld op het moment van de chirurgie van lensextractie.

Er zijn verschillende mogelijkheden waarom een hond cataract kan ontwikkelen: vb. trauma, toxische producten, suikerziekte en ontsteking.

Maar in een groot aantal van de gevallen is het optreden van cataract erfelijk bepaald. Er wordt ten stelligste afgeraden om met een aangetaste hond te kweken. Bij erfelijk cataract zien we vaak een typische verschijningsvorm afhankelijk van het ras en een bepaalde leeftijd van optreden.
Het is ook mogelijk dat uw hond ook nog andere oogafwijkingen heeft, die in feite verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van dit cataract. Dan spreken we van secundair cataract. Tot deze afwijkingen behoren o.a. lensluxatie, retina dysplasie en gPRA (gegeneraliseerde progressieve retina atrofie). 
Secundair cataract
Suikerzieke patiënten die worden behandeld met insuline hebben een erg grote kans om na verloop van tijd toch cataract te krijgen. Zelfs als ze goed geregeld zijn behouden ze een licht verhoogde suikerspiegel, wat uiteindelijk nadelig is voor de lens.
Als het glucosegehalte in het bloed te hoog is, wordt dit uiteindelijk in de lens omgezet tot sorbitol en fructose. Sorbitol veroorzaakt een hypertoniciteit met opstapeling van nog meer water in de lensvezels. De vezels zwellen en dit leidt tot verlies van transparantie. Het gevolg is het optreden van een beiderzijds, symmetrisch en snel ontwikkelend diabetes cataract. 
Diabetes cataract
Bij onderzoek van een patiënt met lensvertroebeling wordt best steeds aan de eigenaar gevraagd of de hond veel moet plassen en veel drinkt. Tevens worden ook het bloed en de urine op suiker getest.
Spaakvormig cataract(foto) hierbij is er in de lens een troebeling die ongeveer verloopt zoals de spaken van een fietswiel.
Een bepaalde vorm van cataract kan al aanwezig zijn vanaf de geboorte, we spreken dan van een congenitaal cataract. In principe is deze zichtbaar vanaf het moment dat de oogjes open gaan. In de praktijk wordt het vaak pas vastgesteld rond de leeftijd van 6-8 weken of later. Meestal is deze vorm niet progressief. Er kan zelfs een lichte verbetering optreden tijdens de groei, omdat de lens rond de plek nog groeit maar de plek zelf niet verandert, zodat de vertroebeling in verhouding tot de lensdiameter kleiner wordt.
Als cataract optreedt tussen het eerste en achtste levensjaar, dan spreken we van een juveniel vorm.
Bij nog later optredende vertroebelingen zeggen we dat het een seniel cataract is.
Het is niet altijd voorspelbaar of een vertroebeling in de lens zal uitbreiden of niet. Is de verwitting enkel in de kern, dan is er meer kans dat die stationair zal blijven. Zien we blaasjes aan de rand van de lens of in de cortex dan zal de vertroebeling heel waarschijnlijk wel verder uitbreiden.
Het is belangrijk om cataract te onderscheiden van lenssclerose. In dit laatste geval treedt er een verdichting op in het centrum van de lens ten gevolge van de ouderdom. Dit is een normale fysiologische verandering. Gans het leven vormt de lens nieuwe vezels, maar de snelste groei is wel gedurende het eerste levensjaar. Het lenskapsel beperkt echter de uitzetting van de lens. Daardoor komt het dat de oudere vezels in het centrum van de lens tegen elkaar geperst liggen. Dit zorgt voor de witblauwige schijn in het midden van de pupil. De hond kan echter wel blijven zien doorheen deze lens in tegenstelling tot “echt”cataract. De dierenarts kan met behulp van geschikte toestellen (een directe en/of indirecte oftalmoscoop) het netvlies nog steeds beoordelen. Enkel bij erg uitgebreide sclerose zijn kleine oftalmoscopische details niet meer zo scherp zichtbaar.
Tot hiertoe bestaan er nog geen medicijnen die cataract ontwikkeling vertragen. Is er een plek in het midden van de gezichtsas, dan kan er voor het dier verbetering zijn door het gebruik van een mydriaticum. Dit product doet de pupil dilateren (verwijden) zodat de patiënt terug voldoende kan zien rond deze plek. Als het cataract erg uitgebreid is, dan helpt alleen een lensextractie om het gezichtsvermogen te verbeteren, en enkel indien het achterliggend netvlies nog normaal werkt.
De rasvereniging adviseert alle leden dringend hun honden vanaf de leeftijd van 18 maanden te laten onderzoeken door dierenartsen die tot een ECVO-erkend panel behoren. Het is uitermate belangrijk dat een juist en volledig beeld wordt verkregen over de toestand van de populatie. Een aantal afwijkingen (bijvoorbeeld lensluxatie, cataract, PRA) ontstaat pas na enkele jaren. Een eenmalig onderzoek is dan niet voldoende, de afwijking kan zich immers later alsnog openbaren. Het is verstandig dat de toekomstige eigenaars van een pup aan de fokker het recente oogcertificaat van de ouderdieren vragen alsook het resultaat van het puppy-onderzoek. De ouderdieren moeten vrij zijn van alle erfelijke oogafwijkingen. Wordt een nest puppen geplaatst op de website van de ASCB, dan is het zeker dat beide ouderdieren onderzocht zijn en klinisch vrij zijn van erfelijke oogafwijkingen. Als het dier genetisch getest is, bv. wat betreft CEA (Collie Eye Anomalie) dan zal dit resultaat ook op de website vermeld zijn.

Een speciale dank gaat naar dierenarts Gerlinde Janssens uit Hemiksem die mij geholpen heeft door deze tekst te controleren op fouten.

onder constuctie

top